Ik moet ook nog werken, ja!
Ze leefde ermee. Ze onderging het. Ze droeg haar juk. Iedere dag van hun huwelijk weer.
Een rotleven had ze, en nu dit ook nog. Natuurlijk was ze in haar eentje naar het ziekenhuis gegaan om een mammografie te laten maken. Gijs peinsde er niet over om met haar mee te gaan. “Stel je niet aan, het stelt niets voor,” had hij koeltjes gezegd. Zoals altijd durfde ze er niet tegenin te gaan, wetende dat er dan ruzie zou komen of dat hij een rotopmerking zou maken.
En dus ging ze alleen. Zoals ze ook alleen naar de ouderavonden ging, of de toneelvoorstellingen van de kinderen, het afzwemmen van Jens, de kampioenswedstrijd van Maartje en alle dingen die voor anderen belangrijk waren, behalve voor Gijs.
Gijs had namelijk belangrijk werk. Hij was advocaat, en er stonden wel heel wat meer zaken op het spel, waarin hij volstrekt onmisbaar was, dan de idiote futiliteiten thuis.”Daar moet je nu eindelijk maar eens mee leren leven,” snauwde hij Marjon dan toe.
[]
Daar zat ze dan op een bankje in de hal van het ziekenhuis. Het verwoestende nieuws herkauwend. Een tumor in de linkerborst. Gif in haar lijf. Een tijdbom, rustig doortikkend. Hoe ging ze dat nou eens vertellen thuis? Gijs zou er wel geen acht op slaan. Als de kinderen maar niet zeurden, zijn overhemden maar gestreken zouden zijn en zijn diner op tafel stond. De rest was niet belangrijk.
In de loop der jaren was ze ervan overtuigd geraakt dat ze een zeur was, dat ze niet gezellig was om mee op vakantie te gaan, dat je met haar niet leuk in de kroeg kon staan kletsen en dat ze lang niet zo mooi meer was. Haar buik moest ze maar nooit meer bloot aan Gijs laten zien, want hij werd er onpasselijk van. En daarom leek het hem ook een beter idee om geen seks meer met haar te hebben. Om zichzelf in bescherming te nemen. Het gevolg was natuurlijk wel, en “dat moet je uiteraard accepteren” zo zei hij, dat hij het buiten de deur ging zoeken.
[]
Ze had het allemaal gepikt. Vriendinnen waren in de loop der jaren gestopt met zeggen dat ze ermee op moest houden, dat ze voor zichzelf moest kiezen, en eindelijk eens een ruggengraat moest kweken. Ze had ze allemaal aangehoord. Ze had ze allemaal gelijk gegeven. Ze had er niets mee gedaan.
Alleen de kinderen hielden haar gaande, maar die waren al zo groot. Nog even en ze zouden zelf kinderen krijgen. Wat zou er dan nog over zijn? Een vrouw wier man geen seks met haar wilde hebben, die niet met haar gezien wilde worden, en al helemaal niet met één borst.
[]
Ze had alles stuk gemaakt. De relatie met haar man, die met haar vriendinnen, met zichzelf niet te vergeten, en nu ook nog haar lijf. Gijs had dus gelijk. Ze was niet zoveel waard. Waar was dat eigenwijze kind van vroeger gebleven? Dat kind dat nergens bang voor was, dat bij ooms en tantes een graag geziene gast was. Dat kind dat vrolijk was, en lachte, en haar ouders zo blij kon maken. Waar was ze toch gebleven?
Ze probeerde het moment terug te halen dat ze voor altijd afscheid had genomen van vrolijkheid. Na lang denken kwam ze tot de conclusie dat dit toch de dag na haar trouwen met Gijs geweest moest zijn. Een prachtige bruiloft was het, groot, met veel gasten waar ze veel plezier mee hadden. Toen ze de volgende dag met een goed humeur wakker werd en graag uitgebreid op bed wilde ontbijten, was Gijs zich al aan het aankleden en had gezegd: “Allemaal leuk en aardig, maar ik moet ook nog werken, ja!” Vanaf dat moment was de lol er eigenlijk al af, en het werd nooit meer beter.
Ze moest toch wel erkennen dat het aan haar ‘kop op’ mentaliteit had gelegen dat de relatie nog steeds voortduurde. Kop op. Wat heb je daar nou aan? “Borstkanker? Kop op! Nou echt níet dus! Niks kop op. Als ik het uit wil schreeuwen dan doe ik dat. Ik hoef me niet sterk te houden. Ik hoef me niet af te laten zeiken. Iedereen kan aan het gas wat mij betreft! Ik kies voor mezelf!”
Ineens realiseerde ze zich dat ze het allemaal hardop had gezegd. Zieken en verpleegsters stonden stil en keken haar verbaasd aan. Iemand kwam op haar af en vroeg of ze misschien kon helpen. Marjon vermande zich en zei dat ze alleen zichzelf nog kon helpen, en liep het ziekenhuis uit.
